Hof Arnhem-Leeuwarden 10 april 2018 ECLI:NL:GHARL:2018:3234

Loon wordt belast in de staat waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Maar als de werknemer in een ander land woont, zal dat woonland vaak ook belasting willen heffen. In de meeste belastingverdragen is een zogenoemde detacheringsregeling opgenomen. Zo’n detacheringsregel bepaalt dat het loon van een werknemer niet in de werkstaat, maar slechts in de woonstaat belast mag worden. Voorwaarde hiervoor is dat de werknemer maximaal 183 dagen verblijft in de werkstaat. Daarnaast geldt de voorwaarde dat de loonkosten door de werkgever niet mogen worden doorbelast aan de werkgever in het buitenland. Deze regeling is ingevoerd om de internationale arbeidsmobiliteit te verhogen. Bij kortstondige uitzendingen blijft de woonstaat als enige bevoegd om belasting te heffen. Zo kan een kortstondige uitzending zonder al te veel administratieve lasten verlopen. Deze detacheringsregeling is van toepassing als de werknemer in een periode van 12 maanden in totaal maximaal 183 dagen in de werkstaat verblijft. Bij die 183-dagenregeling gaat het om het aantal dagen waarop de werknemer fysiek aanwezig is in zijn werkstaat. In de praktijk ontstaat hierover nog wel eens discussie. Voor bijvoorbeeld de Amerikaanse werknemer die de weekenden in Nederland (de werkstaat) verblijft, tellen deze weekenden mee in de 183 dagen. Voor de Belgische grenswerker die in het weekend boodschappen komt doen in Nederland (de werkstaat), tellen de weekenden echter weer niet mee in de 183 dagen. Het verblijf moet namelijk verband houden met de in de werkstaat verrichtte werkzaamheden. Voor de Amerikaan is dat wel het geval, voor de Belg in voorgaand voorbeeld niet. Zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen, vakanties en vrije dagen voor, tijdens of na beëindiging van de werkzaamheden of korte onderbrekingen daarvan tellen dus mee in het maximum van 183 dagen.

Belanghebbende in de zaak van 10 april 2018 is inwoner van België en is dga van zijn eigen BVBA. Hij voert via zijn BVBA werkzaamheden uit voor een Nederlandse BV. Het loon dat hij ontvangt van de BVBA is voor het jaar 2009 zowel in Nederland als in België belast. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de Nederlandse aanslag en een beroep gedaan op de detacheringsregeling van het belastingverdrag Nederland-België. Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat Nederland niet heffingsbevoegd is omdat belanghebbende slechts 181 dagen in Nederland is verbleven. Het hof hield  daarbij echter alleen rekening met de werkdagen die X in Nederland is verbleven en niet met de totale verblijfsdagen. In cassatie heeft de Hoge Raad bepaald dat moet worden gekeken naar de totale fysieke aanwezigheid van belanghebbende in Nederland en dus niet alleen naar de werkdagen. De zaak is terugverwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden om te bepalen hoeveel dagen belanghebbende fysiek aanwezig is geweest in Nederland. Uiteraard moet dan ook worden bepaald of de dagen waarop hij wel in Nederland was, maar hier niet werkte, verband hielden met de werkzaamheden.

De bewijslast voor het aantal dagen dat belanghebbende fysiek in Nederland is verbleven, ligt bij hemzelf. Het staat vast dat belanghebbende op 181 dagen in Nederland werkzaamheden heeft verricht. De inspecteur stelt dat belanghebbende langer dan 183 dagen fysiek in Nederland verbleven is. Belanghebbende betwist dit niet, maar stelt dat hij slechts 181 dagen in Nederland is verbleven in verband met de verrichtte werkzaamheden. De overige dagen verbleef hij om privéredenen in Nederland. Hof Arnhem-Leeuwaren heeft geoordeeld dat belanghebbende hiermee niet aan de bewijslast voldoet omdat hij niet bewijst welke andere dagen hij in Nederland verbleef en wat hier dan precies de reden voor was. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat van hem niet kan worden verwacht dat hij deze gegevens bijhoudt omwille van zijn privacy. De kalender die belanghebbende heeft bijgehouden van zijn werkdagen voldoet niet als bewijsstuk omdat niet duidelijk is welk criterium hij heeft gehanteerd voor het in Nederland aanwezig zijn voor zijn werk. Nederland is dus heffingsbevoegd over het loon dat belanghebbende heeft verdiend met zijn werkzaamheden in Nederland. Conclusie; de Belg mist de detacheringsregeling omdat hij onvoldoende duidelijk heeft gemaakt hoe het precies zit. Voor iemand die dus kortstondig in een ander land werkt is het dus van groot belang goed vast te leggen wanneer en waarom. Men moet goed aan kunnen tonen of de vrije dagen echt privé waren of toch verband hielden met de werkzaamheden maar vooral ook of er op die vrije dagen geen enkel verband met de werkzaamheden bestond.

Bij kortstondige uitzending, wordt het bij de werkgever verdiende loon slechts belast in de woonstaat. Hiervoor geldt een grens van maximaal 183 dagen in 12 maanden. Hiervoor wordt rekening gehouden met de fysieke aanwezigheid in de werkstaat. Ieder verblijf dat verband houdt met de verrichtte werkzaamheden telt hierbij mee. Om er zeker van te zijn dat u binnen deze 183 dagen blijft, is het van belang om goed bij te houden welke dagen u in de werkstaat verblijft en wat daar de reden voor is. In deze kalender moet hetzelfde criterium gehanteerd worden als voor de detacheringsregeling, namelijk fysieke aanwezigheid die verband houdt met de werkzaamheden.