Hof Den Haag 4 april 2018 ECLI:NL:GHDHA:2018:689

De deelnemingsvrijstelling

In de Vennootschapsbelasting kennen we het fenomeen van de zogenoemde deelnemingsvrijstelling. Voordelen uit hoofde van een deelneming zijn door die deelnemingsvrijstelling niet belast; de voor- en nadelen van een deelneming worden bij de winstbepaling buiten aanmerking gelaten. Niet alleen worden ontvangen dividenden en koersresultaten op een deelneming niet belast, koersverliezen op een deelneming zijn niet aftrekbaar.  Voor de zekerheid melden wij dat de deelnemingsvrijstelling alleen geldt voor vennootschapsbelastingplichtigen, zoals de nv en bv. Voor individuen met een aandelenpakket geldt de deelnemingsvrijstelling niet.

Wanneer is sprake van een deelneming

Een aandelenbelang in een vennootschap vormt een deelneming als het aandelenbelang ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal vormt. Soms kan ook een vordering onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Hierop gaan wij nu niet in. De rechtszaak die wij hierna behandelen laat zien dat ook andere voordelen onder de deelnemingsvrijstelling vallen en dus niet tot de winst behoren. Het ging om een extra bedrag na verkoop van een aandelenbelang dat een deelneming vormde.

De zaak, ontvangt van een extra bedrag naderhand

De belastingplichtige in deze zaak, X nv, houdt aandelen in A en verkoopt de helft van die aandelen aan B. Op basis van de verkoopovereenkomst mag B ook de resterende aandelen in A kopen. Daar geldt een vaste prijs voor.  Het voert te ver om hier op in te gaan, maar door verschillende juridische procedures ontvangt de verkoper uiteindelijk een extra bedrag van ruim € 25,5 miljoen voor de verkochte aandelen in A. Dit is een schadevergoeding voor het niet doorgaan van de deal. Verkoper vindt dat die extra opbrengst ook belastingvrij is door de deelnemingsvrijstelling. De belastingdienst vindt echter dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is omdat de ontvangen schadevergoeding eigenlijk geen verkoopopbrengst is voor de verkoop van aandelen. Volgens de inspecteur heeft de schadevergoeding dus niet met de aandelen als zodanig te maken, maar is het een civielrechtelijke schadevergoeding die los staat van de aandelen.

Het rechterlijk oordeel

Volgens het gerechtshof is het als schadevergoeding ontvangen bedrag niet belast door de deelnemingsvrijstelling. Het extra ontvangen schadevergoedingsbedrag vormt volgens het gerechtshof een rechtstreeks verband met het aandelenbelang in A. Deze beslissing is vooral gebaseerd op een eerder arrest van de Hoge Raad van 23 september 2016, nr. 15/02428, ECLI:NL:HR:2016:2124, BNB 2017/11. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat een schadevergoeding in de  precontractuele fase geen verband houdt met de vervreemding van een deelneming. In deze zaak van 4 april 2018 is de verkoopovereenkomst echter gesloten. De precontractuele fase ligt dus al in het verleden. De additionele vergoeding wordt betaald als schadevergoeding voor het niet nakomen door  B van de verkoopovereenkomst.

Onder het voordeel uit een deelneming valt dus ook een schadevergoeding ontvangen ter zake van het niet nakomen van een verkoopovereenkomst bij de vervreemding van aandelen in een deelneming. Op deze betaling is ook de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Voorwaarde daarbij is dat er geen sprake is van een precontractuele fase. De schadevergoeding moet verband houden met de verkoopovereenkomst.