Hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2018, V-N 2018/44.4
ECLI:NL:GHARL:2018:3816

Ontslagvergoeding en toepasselijk verdragsartikel

Een ontslagvergoeding die een werknemer ontvangt, behoort tot het loon. De werkgever moet daarop bij de uitbetaling loonbelasting en premies volksverzekeringen inhouden. Als de werknemer echter (ook) in het buitenland heeft gewerkt, kan het zo zijn dat ook het land waar de werknemer werkt(e) belasting wil heffen over de ontslaguitkering. Het gevolg is dan dubbele belastingheffing. Om zulke dubbele belastingheffing te voorkomen heeft Nederland met veel landen een zogenoemd belastingverdrag gesloten. Daarin is geregeld welk land in zo’n geval belasting mag heffen en welk land minder belasting moet heffen om het effect van dergelijke dubbele belastingheffing te verminderen. Binnen zo’n verdrag wordt dit geregeld in diverse artikelen die betrekking hebben op verschillende soorten inkomsten waarbij afhankelijk van het soort inkomen een andere voorkomingsmethodiek geldt. Het is dus van groot belang welk verdragsartikel van toepassing is. Dit probleem deed zich ook voor in deze zaak over een ontslagvergoeding.

De relevante feiten

De belastingplichtige in deze was  voor zijn werkgever werkzaam geweest in o.a. de VS. In 2010 keerde hij terug naar Nederland en werd zijn dienstbetrekking beëindigd. Daarbij kreeg hij van zijn werkgever een ontslagvergoeding in de vorm van een stamrecht dat in de toekomst periodieke uitkeringen mogelijk maakte als overbrugging voor het wegvallen van zijn loon. Dat stamrecht kreeg hij van een Nederlandse BV van het concern waar hij werkte. De ontslagvergoeding werd als een stamrecht gestort in een door de werknemer opgerichte stamrecht bv. Die ging vervolgens periodieke uitkeringen doen aan de werknemer en op die periodieke uitkeringen werd Nederlandse loonbelasting ingehouden.

Het fiscale geschil

De ex-werknemer meende dat de periodieke uitkeringen niet (volledig) in Nederland mochten worden belast omdat de ontslaguitkering waar die op gebaseerd waren ook en vooral betrekking had op de werkzaamheden in het buitenland. Volgens de belastingdienst  is de uitkering echter volledig in Nederland (het woonland van de ex-werknemer) belast. Het verschil in inzicht ontstond doordat de ex-werknemer zich beriep op het verdragsartikel voor inkomsten uit dienstbetrekking en de inspecteur zich beriep op het artikel voor lijfrente-uitkeringen. Uiteindelijk kwam dit meningsverschil bij de Hoge Raad terecht, die oordeelde dat het recht op een periodieke uitkering dat een werknemer krijgt als gevolg van het beëindigen van een dienstbetrekking geen lijfrente vormt als bedoeld in  het lijfrente-artikel van het belastingverdrag met de VS.  Daarmee was het geschil echter nog niet beslist omdat de inspecteur als tweede stelling had dat de uitkering moet worden behandeld als een pensioenuitkering. De Hoge Raad verwees voor de beoordeling daarvan de discussie naar een Gerechtshof. Niet alleen diende het gerechtshof te beoordelen of de uitkering als een pensioenuitkering moest worden behandeld, maar ook of de onderliggende ontslaguitkering ten laste is gekomen van een Nederlandse werkgever en of deze in dat geval is doorbelast naar een in de VS gevestigd concernonderdeel. Dat laatste is namelijk van belang voor de toepassing van het artikel voor buitenlandse werkzaamheden.

De uitspraak van het verwijzingshof

Het Hof volgde een pragmatische benadering. Als namelijk sprake is van het lijfrente-artikel mag Nederland belasting heffen. Volgens het Hof mag Nederland dat ook als sprake is van het loonartikel. Omdat de ontslaguitkering is betaald door een Nederlandse bv en de kosten niet zijn doorbelast.  Kortom, linksom of rechtsom mag Nederland belasting heffen. De ex-werknemer werd dus in het ongelijk gesteld.

Wat betekent dit voor de praktijk

Als iemand loon of een ontslaguitkering krijgt die verband houdt met in het buitenland verrichte werkzaamheden, kan het zo zijn dat het voordelig is als het buitenland daarover belasting heft. Bijvoorbeeld omdat het buitenlandse tarief veel lager zou zijn dan het Nederlandse. Om echter effectief te kunnen bereiken dat daarvan kan worden geprofiteerd, moet in ieder geval duidelijk zijn dat de kosten ook ten laste van een werkgever of bedrijfsonderdeel in dat andere land komen. Zorg dus dat dit duidelijk is vastgelegd.