Erven van bloot eigendom buitenlands pand

In testamenten is vaak een zogenoemde vruchtgebruiksituatie opgenomen. Als iemand overlijdt, verkrijgt de langstlevende partner een vruchtgebruik op de nalatenschap of op bepaalde bestanddelen van de nalatenschap. Zo kan de partner bijvoorbeeld het vruchtgebruik krijgen op de woning of een buitenlandse vakantiewoning. De kinderen (of andere erfgenamen) erven dan de blote eigendom van dat vermogen of die woning. Door dat vruchtgebruik kan de langstlevende dan levenslang in de woning blijven wonen of de (buitenlandse) vakantiewoning blijven gebruiken. Als de langstlevende partner uiteindelijk overlijdt, eindigt het vruchtgebruik en hebben de kinderen voortaan de volledige eigendom van de woning in plaats van zoals daarvoor slechts de blote eigendom. Die aangroei van blote eigendom naar de volledige eigendom levert een onbelast voordeel op. Er wordt dan namelijk geen inkomstenbelasting geheven over de waarde-aangroei en evenmin erfbelasting. Is dit altijd gunstig? Dat is van de individuele omstandigheden afhankelijk en het is dan ook verstandig om de notaris om advies te vragen. Soms is overigens geen sprake van een vruchtgebruik, maar van een recht van gebruik. Tussen die beide mogelijkheden bestaan enkele belangrijke verschillen. Die behandelen wij hier niet. Wel merken wij nog op dat in een testament kan zijn opgenomen dat de langstlevende partner een keuzemogelijkheid wordt geboden om eventueel een vruchtgebruik te krijgen op (bepaald) vermogen.

Behandeling erfrechtelijke blote eigendom in de inkomstenbelasting

Als iemand door een testament de blote eigendom krijgt van bijvoorbeeld een (buitenlandse) woning, behoort die blote eigendom gewoon tot zijn of haar vermogen. Normaal gesproken zou dan jaarlijks de waarde per 1 januari opgegeven moeten worden in box 3 voor de aangifte inkomstenbelasting. Echter, voor de blote eigendom die krachtens testament is verkregen, geldt een belangrijke uitzondering. Die is namelijk uitgesloten van de grondslag in box 3. De blote eigendom is gedefiscaliseerd zoals dat heet. Keerzijde daarvan is dat de vruchtgebruiker niet het vruchtgebruik maar de gehele woning moet aangeven. Vaak is dat echter voordelig vanwege de rente-aftrek. Deze regeling geldt alleen als de blote eigenaar een bloed- (bijvoorbeeld zoon) of aanverwante (bijvoorbeeld schoondochter) in de neergaande rechte lijn van de overleden ouder is . Voorwaarde is ook dat het vruchtgebruik is verkregen door de echtgenoot/partner van de overleden ouder.

Voorbeeld

Stel een vader heeft een vakantiehuis in Duitsland. Bij het overlijden van vader verkrijgt zijn echtgenoot het recht van vruchtgebruik op het huis zodat zij daar gebruik van kan blijven maken. De zoon woont in Nederland en verkrijgt, krachtens erfrecht, de blote eigendom van die Duitse woning. Op grond van de bijzondere wettelijke regeling hoeft de zoon de woning niet in box 3 aan te geven. De zoon is bloedverwant in de neergaande lijn van de overleden ouder en het vruchtgebruik van het huis berust bij de echtgenoot van de overleden ouder.

Gevolgen einde vruchtgebruik

Als de echtgenote overlijdt, eindigt het vruchtgebruik en heeft de zoon de volledige eigendom. Vanaf dat moment moet de zoon de Duitse woning wel aangeven in box 3 (of box 1 als hij er gaat wonen). Omdat de woning in Duitsland ligt, zal Duitsland wellicht ook belasting willen heffen. In de meeste belastingverdragen en ook in dat met Duitsland, is bepaald dat het land waar de woning ligt (i.c. Duitsland) belasting mag heffen en Nederland een tegemoetkoming moet geven voor die Duitse belasting om op die manier de dubbele belastingheffing te verminderen.