Rechtbank Zeeland-West-Brabant ECLI:NL:RBZWB:2018:3659

De informatiebeschikking

De belastingdienst/inspecteur heeft het wettelijk recht informatie op te vragen bij belastingplichtigen. Dat recht heeft hij bij iedereen, bij natuurlijke personen maar zeker ook bij rechtspersonen. Vervolgens is iedereen wettelijk verplicht antwoord te geven, mits de vragen inderdaad van belang zijn voor de belastingheffing van degene aan wie de vragen worden gesteld. De inspecteur kan bovendien soms ook vragen over iemand anders stellen, bijvoorbeeld aan de accountant die de administratie verzorgd.  In het verleden bestond regelmatig discussie over de vraag of men wel verplicht was de vragen te beantwoorden. Probleem was echter dat als ten onrechte geen (volledig) antwoord werd gegeven, de bewijslast werd omgekeerd. De inspecteur kon dan een aanslag opleggen naar bijvoorbeeld een (hoog) geschat bedrag en de belastingplichtige moet dan maar bewijzen dat die aanslag onjuist is. Omkering van de bewijslast heeft verstrekkende gevolgen. Om die reden is besloten tot het systeem van de informatiebeschikking. Als iemand weigert vragen te beantwoorden, kan de inspecteur een zogenoemde informatiebeschikking afgeven. Daartegen kan bezwaar en beroep worden aangetekend. Als uiteindelijk door de rechter wordt bepaald dat inderdaad antwoord moet worden gegeven, moet men dat alsnog binnen een bepaalde termijn doen. Voldoet men daaraan, dan is uiteindelijk geen sprake van omkering van de bewijslast.

Voorwaarden informatiebeschikking

Voor het opleggen van een informatiebeschikking geldt een aantal voorwaarden. De gevraagde informatie moet van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. Ook moet de belastingplichtige een redelijke termijn krijgen om antwoord te geven. Tot slot mag de inspecteur geen informatie opvragen waardoor een belastingplichtige strafrechtelijk vervolgd kan worden. In alle gevallen moet de inspecteur algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, maar die hebben veelal onvoldoende concrete inhoud. Wel volgt daaruit dat de inspecteur gegeven belastingadviezen niet mag opvragen. Tegenwoordig geldt echter wel een uitzondering voor bepaalde adviezen die tot gevolg kunnen hebben dat minder belasting wordt betaald als gebruik wordt gemaakt van internationale grensoverschrijdende structuren.

De feiten in het besliste geval

Belastingplichtigen in deze zaak zijn twee buitenlandse vennootschappen die onderdeel uitmaken van een concern. De aandelen in de belastingplichtigen worden (indirect) gehouden door twee dga’s die in Nederland wonen. De Nederlandse belastinginspecteur wilde beoordelen of de door die dga’s ontvangen beloningen op grond van het Belastingverdrag Nederland – Hong Kong inderdaad in Nederland vrijgesteld moesten worden van belasting. De inspecteur wilde daarom de volledige administratie van de belastingplichtigen hebben, maar die verstrekten slechts een deel. De inspecteur vermoedde dat de twee buitenlandse vennootschappen in Nederland belastingplichtig waren en stelde daarom aanvullende vragen. De toen gevraagde stukken kreeg hij echter niet. Om die reden legde hij uiteindelijk informatiebeschikkingen op.

De beslissing van de rechter

De rechtbank heeft geoordeeld dat de informatiebeschikkingen in stand blijven. Weliswaar is over latere jaren wel informatie verstrekt, maar over voorgaande jaren zijn de gevraagde stukken niet gegeven. Het informatieverzoek van de inspecteur was niet disproportioneel. De belastingplichtigen hebben een nauwe band met Nederland omdat de dga’s in Nederland wonen. De inspecteur heeft in dat geval een grotere aanleiding om informatie op te vragen bij de belastingplichtigen. Bovendien maakt het niet uit dat de belanghebbenden, als lichamen, niet over een eigen e-mailaccount beschikken en dus bij het opvragen van de administratie het e-mailverkeer van anderen bij de inspecteur terecht komt. De inspecteur heeft daarmee niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld. Belastingplichtigen moeten op grond van de rechterlijke beslissing alsnog binnen vier weken de gevraagde informatie verstrekken. In het concrete geval ging het om de administratie, inclusief het e-mailverkeer.

Gevolgen voor de praktijk

De informatieplicht van belastingplichtigen kan erg ver gaan. Zo kan de gehele administratie en zoals in dit geval al het e-mailverkeer worden opgevraagd. Als gevraagde informatie niet wordt verstrekt, kan een  informatiebeschikking worden opgelegd en als dan door de rechter wordt geoordeeld dat de informatie wel moet worden verstrekt en men doet dat niet, volgt omkering van de bewijslast en is zelfs sprake van een fiscaal strafbaar feit. Als de inspecteur in meerdere jaren informatie heeft opgevraagd, is het niet voldoende om slechts over één jaar de verzochte informatie te verstrekken.