De overheid stimuleert van oudsher bosbezit met een fiscale vrijstelling, de zogenaamde bosbouwvrijstelling. Deze geldt alleen als het bos in stand wordt gehouden. De vrijstelling geldt niet alleen voor bedrijven die alleen zo’n bedrijf uitoefenen, maar kan ook gelden als de ondernemer ook andere activiteiten heeft.  Behalve een vrijstelling voor bosbedrijven, kent de inkomstenbelasting in box 3 ook een vrijstelling voor bos dat iemand als privépersoon bezit.

De rechtspraak over de bosbouwvrijstelling

Voor de vrijstelling is uiteraard van groot belang wanneer sprake is van een bosbedrijf. In de jurisprudentie is daar verschillende keren over geoordeeld.

Het bos moet in eigendom zijn

Het Hof (ECLI:NL:GHARL:2017:5862) heeft in het geval van een onderneming die bij derden bosbouwwerkzaamheden verrichtte geoordeeld dat de bosbouwvrijstelling niet van toepassing was. De werkzaamheden bestonden uit het hakken van grienden, oogsten van hout en onderhoud van knotbomen. Het Hof oordeelde dat voor de toepassing van de bosbouwvrijstelling een bos voor rekening en risico van de belastingplichtige moet worden geëxploiteerd. Daarvan is bij belastingplichtige geen sprake aangezien de bossen niet zijn eigendom zijn. De vrijstelling geldt dus alleen voor inkomen uit eigen bos.

Verkoop van takken

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:1437) heeft in het geval van een boomkwekerij die kersttakken verkocht, geoordeeld dat de winst van de verkochte kersttakken die werd behaald is vrijgesteld. In dit geval werden de zijtakken van bomen en struiken gesnoeid voor de verkoop waarbij het opgaande hout intact werd gehouden. Omdat het opgaande hout werd behouden, werd voldaan aan de instandhoudingseis. Er werd niet meer gekapt dan bij een normaal bosbeheer nodig is en bij kap werd herbeplant. Het snijden van de takken voor de verkoop is niet in strijd met het in tact houden van de houtopstand. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hierbij niet uitmaakt aan welk bedrijfsproces van de onderneming het bos dienstbaar is.

Ook de rechtbank van Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2018:3145) heeft in een soortgelijk geval, waar snoeisels van planten werden verkocht voor de farmaceutische industrie,  geoordeeld dat de bosbouwvrijstelling van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat aan de zogenaamde instandhoudingseis werd voldaan. De planten werden 30 tot 50 jaar gebruikt en bij uitval van planten werden nieuwe planten aangeplant. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat om van een bos te kunnen spreken het niet uit maakt dat de planten door het snoeien kort werden gehouden.

Verkoop bosgrond met camping

De rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2018:5233) heeft de bosbouwvrijstelling ook beoordeeld in een geval van een camping. In deze zaak heeft de belastingplichtige een kleinschalig bungalowpark met camping in een bosrijke omgeving geëxploiteerd. De provincie Gelderland heeft een beleid ontwikkeld om in een bepaald gebied het aantal zogenaamde verblijfsrecreatieve bedrijven te verminderen. Belastingplichtige heeft in het kader van dit beleid een deel van zijn grond aan de provincie verkocht, waarna deze grond is teruggeven aan de natuur. Belastingplichtige heeft het andere deel van de grond, met zijn woning, naar zijn privévermogen overgebracht en daarmee de staking van zijn onderneming voltooid. De discussie was vervolgens of bosgrond was verkocht en of de winst daarop dus was vrijgesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de prijs die belastingplichtige heeft ontvangen ter zake van de verkochte grond verband houdt met de staking van zijn onderneming, namelijk de kleinschalige bungalowpark met camping en dus niet met de verkoop van de bosgrond. Maar omdat het aannemelijk is dat belastingplichtige werkzaamheden heeft verricht die als uitoefening van een bosbedrijf kunnen worden gezien, was op een deel van de opbrengst wel de bosbouwvrijstelling van toepassing.

Buitenlands bos

De bosbouwvrijstelling is niet beperkt tot alleen Nederland, deze geldt ook voor een buitenlands bosbedrijf. De voordelen die door een in Nederland wonende belastingplichtige worden behaald met het bosbedrijf dat in het buitenland is gelegen, vallen dus ook onder bosbouwvrijstelling. Voorwaarde is wel dat sprake is van een bosbedrijf en dat het bos in eigendom is. Tegenwoordig is de uitbreiding van de bosbouwvrijstelling naar voordelen uit een buitenlands bosbedrijf niet echt meer van belang voor de gevallen waarin niet voor de bosbouwvrijstelling wordt gekozen (optieregeling). Dit komt doordat dergelijke buitenlandse voordelen veelal zullen zijn vrijgesteld van Nederlandse belastingheffing door een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting. Bovendien, voor belastingplichtigen zoals de NV en de BV die onder de vennootschapsbelasting vallen, geldt ook een zogenoemde objectvrijstelling voor buitenlandse winsten die daardoor niet tot de in Nederland belaste winst behoren.

Vrijstelling in box 3 voor bos

In box 3 is een vrijstelling opgenomen voor het geval iemand in privé een bos bezit dat niet tot het ondernemingsvermogen of tbs-vermogen van box 1 behoort. Van een bosbedrijf is dan geen sprake. Door de vrijstelling in box 3 wordt het bos dan niet tot de bezittingen gerekend en wordt daarover dus ook geen forfaitaire vermogensrendementsheffing geheven. Als bos geldt daarbij een stuk grond waarop bomen groeien, maar deze bomen mogen geen vruchtbomen zijn. Ook voor deze vrijstelling geldt als voorwaarde dat het bos in volle eigendom moet zijn. De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:1207) heeft geoordeeld dat bij de verhuur van de grond, deze in volle eigendom blijft. De vrijstelling kan in zo’n geval dus worden toegepast. De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit aangegeven dat de vrijstelling in box 3 ook geldt voor een in het buitenland gelegen bos. De vrijstelling is dus niet beperkt tot alleen Nederland. In dit geval geldt ook de voorwaarde dat het buitenlandse bos in volle eigendom moet zijn.

Conclusie

Een belangrijk criterium voor de toepassing van de bosbouwvrijstelling is de instandhoudingseis. Het bosbedrijf moet het bos door de uitoefening van het bedrijf in standhouden. Daarbij maakt het niet uit hoe groot de bomen of planten zijn. Ook bij het snoeien van takken voor de verkoop kan aan de instandhoudingseis worden voldaan en dus de bosbouwvrijstelling worden toegepast. Bovendien moet het bos waar de werkzaamheden verricht worden in eigendom zijn van een belastingplichtige. Het begrip ‘bos’ wordt hierbij ruim uitgelegd door de rechter. Ook op de verkoop van de bosgrond kan de bosbouwvrijstelling worden toegepast, weliswaar gedeeltelijk in het geval dat de onderneming bij de verkoop wordt gestaakt. Voor de vrijstelling in box 3 is voldoende dat sprake is van bos.