Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2019:1505

Als iemand in het buitenland actief wordt met zijn of haar onderneming of in het buitenland gaat werken, is de kans groot dat zowel Nederland als het andere land belasting zullen willen heffen. Omdat dubbele belastingheffing nadelig zal zijn en mensen dus minder snel in het buitenland activiteiten zullen ondernemen, heeft Nederland een vrij groot verdragennetwerk waarin met verschillende landen belastingverdragen ter voorkoming van dubbele belasting zijn gesloten. In de belastingverdragen is afgesproken welk land  in een bepaald geval belasting mag heffen en hoe de voorkoming is geregeld als sprake is van dubbele belasting. De vorm waarin voorkoming wordt gegeven is afhankelijk van het verdrag maar ook van de nationale regels die al die landen zelf hanteren. Voor looninkomen geldt veelal een belastingvrijstelling. Voor dividend en interest geldt veelal een belastingverrekening.

Het verdragennetwerk van Nederland is  groot, maar er is ook een aantal landen waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft gesloten. In die gevallen verleent Nederland door middel van een Nederlandse nationale regeling toch een tegemoetkoming voor de dubbele belasting. Die geldt alleen voor inwoners van Nederland. Ook in deze zogenoemde eenzijdig regeling biedt Nederland onder voorwaarden een belastingvrijstelling of een belastingverrekening.

Geen voorkoming van dubbele belasting voor Nederlander met Liechtensteinse looninkomsten

Een recente uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden betreft een inwoner van Nederland die in loondienst werkzaam was op een in Duitsland geregistreerd binnenvaartschip. De man was in dienst bij een in Liechtenstein gevestigde vennootschap. Zowel Nederland als Liechtenstein heffen belasting over de looninkomsten van de man. Nederland heeft met Liechtenstein geen belastingverdrag gesloten. In geschil was de vraag of de man toch recht heeft op voorkoming van dubbele belasting vanwege de Nederlandse eenzijdige regeling.

Beslissing van de rechter

Het Hof stelt vast dat voor de eenzijdige voorkoming door Nederland vereist is dat de werkzaamheden binnen het grondgebied van Liechtenstein zijn verricht. Volgens het Hof is dat hier niet het geval. De werkzaamheden zijn verricht op een binnenvaartschip dat binnen de EU over de Rijn voer, maar niet in Liechtenstein.  De belastingplichtige heeft daarom geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Dat het binnenvaartschip in Duitsland is geregistreerd, is volgens het Hof niet voldoende om te spreken van een Duitse onderneming. Hierdoor kan de belastingplichtige ook geen beroep doen op het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland.

Conclusie

In gevallen waarin niet voorzien is in voorkoming van dubbele belasting door het ontbreken van een belastingverdrag kan Nederland eenzijdig voorkoming van dubbele belasting verlenen. Om recht te hebben op deze voorkoming is het voor  looninkomsten vereist dat de werkzaamheden zijn verricht op het grondgebied van het andere land. Het is mogelijk dat een inwoner van Nederland in dienstbetrekking is bij een onderneming in het andere land, maar dat de werkzaamheden niet verricht worden op het grondgebied van dit land. In dat geval verleent Nederland niet eenzijdig voorkoming van dubbele belasting. Het gevolg is dat de belastingplichtige over zijn looninkomsten dubbel wordt belast. Het is om deze reden verstandig altijd in dienst te treden van een vennootschap in het land waar ook daadwerkelijk wordt gewerkt.