Hoge Raad 24-5-2019 ECLI:NL:HR:2019:788

Iemand die 5% of meer van de aandelen in (bijvoorbeeld) een bv bezit, heeft een zogenoemd aanmerkelijk belang. Aanmerkelijkbelanghouders worden in de Inkomstenbelasting in box 2 belast over o.a. ontvangen dividend op die aandelen en over vervreemdingsvoordelen. Momenteel is die heffing nog 25%. Het te belasten vervreemdingsvoordeel is het verschil tussen overdrachtsprijs en de oorspronkelijke verkrijgingsprijs. De overdrachtsprijs is de tegenprestatie die de aanmerkelijkbelanghouder bij verkoop bedingt. Vaak is dat de koopsom.

Bij vererving of schenking van aanmerkelijkbelangaandelen geldt soms een vrijstelling waardoor de feitelijke heffing (nog) niet plaatsvindt. Uit de jurisprudentie blijkt dat een tegenprestatie niet alleen bestaat uit een bedrag dat de overdrager ontvangt van de verkrijger. Recent is hierover meer duidelijkheid gekomen. In dit recente arrest van de Hoge Raad werden aandelen geschonken, maar werd een verplichting opgelegd aan de begiftigde om een bepaald bedrag aan iemand anders te betalen. De vraag was of de waarde van die verplichting ook tot de tegenprestatie behoorde die voor de aanmerkelijkbelangheffing in aanmerking moest worden genomen.

Schenking onder verplichting aan derde vormt vervreemdingsvoordeel

De casus van de Hoge Raad betrof een vader die een deel van zijn (certificaten van) aandelen in de BV met een waarde van € 35 mln. aan zijn zoon schonk. De zoon kreeg daarbij de verplichting om € 5 mln. aan zijn broer te betalen. Vader heeft bij zijn IB-aangifte in 2011 geen vervreemdingsvoordeel in aanmerking genomen. In geschil was de vraag of bij de schenking van de aandelen door vader aan zijn zoon sprake is van een tegenprestatie, en dus sprake is van een vervreemdingsvoordeel. Dit was van belang omdat de tegenprestatie bij een schenking niet onder de vrijstelling valt.

De beslissing van de rechter

De rechter vindt dat bij de schenking van de aandelen met een verplichting sprake is van een tegenprestatie. De verplichting om € 5 mln. aan de broer te betalen vormde de tegenprestatie van de zoon die de aandelen kreeg. Dat de verkrijger (zoon) niet direct een tegenprestatie aan de overdrager (vader) levert is niet van belang. Een tegenprestatie aan een derde wordt gelijkgesteld met een tegenprestatie aan de overdrager omdat de overdrager over de tegenprestatie beschikt. De € 5 mln. die de verkrijger (zoon) aan zijn broer moet betalen wordt bij de overdrager (vader) als vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang in box 2 belast. De waarde van de aandelen ad € 35 mln. minus de tegenprestatie ad € 5 mln. valt wel onder de faciliteit. Hierdoor hoeft over € 30 mln. nog geen belasting betaald te worden.

Conclusie

Een aanmerkelijk belanghouder die zijn aandelen overdraagt wordt belast over het vervreemdingsvoordeel. Bij een schenking kan dat achterwege blijven als de koopsom niet wordt ontvangen. Maar als er wel een bedrag wordt ontvangen, of zoals in dit geval een tegenprestatie wordt bedongen, geldt de vrijstelling voor dat deel niet. Ook een verplichting van de verkrijger om een bedrag aan een ander dan de overdrager te betalen, is een tegenprestatie aan de overdrager. De overdrager wordt in dat geval belast over deze tegenprestatie.